Toetsen, trainen en/of scholen

Het scholen en trainen van zorgverleners is van groot belang en deels ook verplicht als het gaat om fysiek zware beroepen. Daarmee worden immers klachten aan het bewegingsapparaat voorkomen en blijven zorgverleners gezond. Daarnaast is training nodig om de veiligheid van cliënten te borgen tijdens bijvoorbeeld til- en transferhandelingen. Ook geldt voor bepaalde hulpmiddelen, zoals tilliften dat er aantoonbaar en op schrift vastgelegd geschoold moet zijn in het gebruik van de tilliften die men in de instelling gebruikt (vgl. Richtlijnen IGZ Tilliftgebruik in de zorg, zie www.IGZ.nl). Meestal worden dergelijke trainingen groepsgewijs gegeven en dan grotendeels in werktijd. In principe horen dergelijke trainingen, na een basisscholing, bovendien jaarlijks herhaald te worden. Het gaat dus om een tijdrovende en zodoende ook kostbare aangelegenheid die echter wel van groot belang is om de kwaliteit van zorg en arbeid te handhaven.

De laatste paar jaar wordt gezocht naar verbetermogelijkheden. Enerzijds omdat het zoveel tijd kost, maar ook omdat de opkomst op de trainingen vaak slecht is. Dat laatste houdt veelal verband met de prioriteit die gegeven wordt aan de zorgverlenende activiteiten: de cliënt gaat voor en dus komt men dan al snel niet naar een training al snel als de bezetting te laag is.

Een goede optie voor besparing is om niet meer jaarlijks iedereen groepsgewijs te trainen, maar om over te gaan op een tweetrapsraket. Allereerst een toetsing, gevolgd door een gerichte training in de op de tijdens de toetsing gesignaleerde deficiënties. De basistraining die iedereen moet volgen blijft daarbij hetzelfde en conform de richtlijnen voor de thuiszorg en de verpleeg- en verzorgingshuizen. Soms werkt dit niet goed en blijkt juist een centrale scholing een betere optie. Duidelijk is in elk geval dat hier deels onbenutte mogelijkheden liggen. Deze businesscase gaat in op de verschillende modellen.  

 

Logo A+O VVT